Kring van kijk lochem

Heksenprocessen in de gemeente Lochem

10/7 |


Het laatste proces in het gebied der Staten gevoerd, eindigde in 1610 met vrijspraak, maar in het ambt Bredevoort waar de heer van Anholt zeggenschap had, werden in dat jaar nog heksen en tovenaars gepijnigd en ter dood gebracht. Uit processtukken blijkt welk een verschil er in die tijd bestond tussen dit afgelegen gebied en Holland, waar de rechterlijke macht met grote voorzichtigheid het bewijsmateriaal in zaken van toverij hanteerde en professoren der Leidse hogeschool de waterproef, als bewijs van schuld of onschuld, verwierpen. Ook hier werd de vooruitgang der jurisprudentie geleidelijk merkbaar; het volk echter bleef in zijn geloof aan heksen en tovenaars volharden, zodat de drost van Bredevoort op 24 juli 1644 aan het Hof verzocht om verandering te brengen in het landrecht van het graafschap Zutphen ten opzichte van het „schelden ende diffimieren van Toeveners en Hexen", hetgeen werd ingewilligd.

Tussen Aleyd, des papen maghet in Almen, en Aaltje Brouwers uit de Heerlickheid Borculo, vlecke Eybergen, ligt de grenzeloze ellende van naar schatting een miljoen onschuldigen die tussen 1500 en 1700 na afschuwelijke martelingen een vreselijk einde vonden onder de handen van de beul. Van Duitsland uit heeft deze manie zich verspreid over ons gewest. Lang voor er elders in Nederland sprake is van doodvonnissen werden hier al heksenprocessen in optima forma gevoerd. Handig was men er aanvankelijk niet in. In 491 moesten de rechters van Zutphen hun licht gaan opsteken bij de collega's in Keulen, die meer ondervinding hadden op dit gebied.

heksenproces.JPG Men zat toen met de handen in het haar over drie vrouwen uit Lochem, ongetwijfeld tovenaressen, gelijk uit alle getuigenverklaringen duidelijk bleek. Maar de beul kon er met geen mogelijkheid een bekentenis uit krijgen. Men had ze gepijnigd en de hakken gebrand. Een van de dames was zelfs met de voeten in een pan gloeiende kolen gaan zitten om haar onschuld te bewijzen. Men had ze wijwater laten drinken en men had ze zelfs het misgewaad laten aantrekken waarin 's zondags tevoren nog de hoogmis was opgedragen.

 Het had allemaal niet geholpen en dat werd de rechters te bar. Daarom vroegen ze goede raad aan 'den eirbaren vroemen inde voirsichtigen borgemeisteren, scepen inde raide der stait Colne'. De 'tortuur' was in staat de slachtoffers tot de onzinnigste bekentenissen te brengen. Meestal eindigde de ongelukkige op de brandstapel, waarvoor soms honderd voer hout werd aangesleept. Velen echter vroegen begenadiging door het zwaard. Zij meenden dat in het vuur ook de ziel werd vernietigd. De bekentenissen berustten op de ziekelijkste fantasieën, en toch komt het telkens op hetzelfde neer: een potje toverzalf met vet van kinderlijkjes, vleermuizenbloed, varenzaad en dergelijke hocuspocus. Ze hadden de melk in de buurt blauw of bloederig gemaakt, ze hadden het vee behekst, ze hadden de dood van deze of gene op hun geweten, en steeds was er sprake van persoonlijke omgang met de duivel.

 

bron: www.mariannesweb.nl




 



Algemene voorwaarden Snuffelmarkt - Beleidsregels Snuffelmarkt